Spelregels
De procedure is erg eenvoudig, maar er zijn natuurlijk wel een aantal richtlijnen:
- Het projectvoorstel is vernieuwend.
- Het initiatief heeft een duidelijke link met de hedendaagse realiteit en springt in op actuele maatschappelijke issues. Daarmee valt het onder de noemer ‘social design’ (zie toelichting).
- De voorgestelde activiteiten worden in Nederland uitgevoerd.
- Het voorgestelde project is gericht op een structurele ontwikkeling en blijvend effect.
DOEN wil graag initiatieven ondersteunen die in een pilot- en/of startfase verkeren. Na deze fase, waarin DOEN als katalysator voor het idee optreedt, dient het initiatief uitgebouwd te kunnen worden zonder de steun van DOEN. Bij voorkeur via geschikte partners die al bij de startfase betrokken zijn.
Meld je project aanSocial Design - Better Less
'Social design' is één van de speerpunten van Stichting DOEN. Uitgangspunt van social design is het geven van nieuwe perspectieven op maatschappelijke vraagstukken door kunstenaars en designers. Er zijn steeds meer problemen die opgelost kunnen worden met hulp van design of vraagstukken die om een nieuwe benadering vragen. Zoals bijvoorbeeld stadsvernieuwing, vernieuwing van de ouderenzorg, groenvoorziening, voedselschaarste; problemen die op de oudere, meer gangbare manieren niet zo makkelijk tot een oplossing komen. Daarmee is social design in staat om onze sociale omgeving te veranderen en kan het een belangrijke bijdrage leveren aan een leefbare wereld waaraan iedereen kan meedoen.
Better Less“Onze koopkracht staat onder druk. Vooral voor gezinnen met lage inkomens wegen de prijsstijgingen van energie, voedsel en huur zwaar. Maar tegelijk consumeerde de doorsnee Vlaming of Nederlander nog nooit zoveel, teveel zelfs. Vandaag is alles te koop en je bent wat je koopt. De rekken in onze supermarkten puilen uit, net zoals onze kasten, kelders, zolders en garages. De aarde kan deze groeiende consumptie steeds moeilijker aan. Ons klimaat warmt op, grondstoffen raken stilaan uitgeput, we zien en voelen de vervuiling aan den lijve. Bovendien maakt die overvloed niet gelukkig. Velen worden ziek, werken zich te pletter of steken zich in schulden om nog meer te kunnen consumeren. We worstelen met de stress van het exces: hoe groter de keuze, hoe moeilijker we kunnen kiezen. Geluk blijkt niet te koop. Intussen wil het beleid toch steeds meer groei en dus meer consumptie, blind voor de gevolgen voor mens en milieu. De markt verdringt zoetjesaan de democratie, de consument verdringt de burger, het eigenbelang het algemeen belang.” Uit We consumeren ons kapot, van Dirk Geldoff (2007)
Als de wereldwijde consumptie de komende 40 jaar niet afneemt, zijn in 2050 bijna drie planeten nodig om de wereldbevolking te onderhouden. Dat schrijft het Wereld Natuur Fonds (WNF) in het Living Planet Report. Een verandering van het consumptiepatroon is hard nodig. Meer bewustzijn van de waarde van de natuur en de grondstoffen, en meer verantwoord voedsel eten zouden voor een grote omslag moeten zorgen. Schaarste van grondstoffen staat hoog op de politieke agenda, maar heeft tot nu toe nog niet tot deze omslag geleid. Vooruitgang betekent voor het milieu vaak achteruitgang. Alleen zijn we ons daar vaak niet van bewust. Het water blijft uit de kraan stromen en producten zijn volop – vaak voor minder dan de kostprijs - verkrijgbaar. Zolang de kiloknallers in de schappen liggen worden ze ook geconsumeerd. Uit recent verschenen cijfers van het Productschap Vee, Vlees en Eieren blijkt dat Nederlanders opnieuw meer vlees eten. Een zorgwekkende ontwikkeling, omdat wij, net als de meeste Westerse landen, al meer vlees eten dan goed voor ons én de planeet is. We hebben te kampen met grootschalige ontbossing, het uitsterven van dier- en plantensoorten, klimaatverandering, uitputting van de visbestanden, een ongelijke voedselverdeling en onnoemelijk dierenleed. De Nederlander verbruikt verder gemiddeld 2,3 miljoen liter water per jaar, bijna twee keer zo veel als de gemiddelde wereldburger. Slechts elf procent daarvan is water van eigen bodem, de rest verbruiken we in het buitenland door de waterbehoefte van de producten die we importeren. Er zit bijvoorbeeld veel waterverbruik vast aan de teelt van sesamzaad, zonnebloemolie, rietsuiker, fruit en katoen. Zo kost de productie van een katoenen shirt alleen al 2700 liter water. En deze producten zijn vaak afkomstig uit regio’s waar waterschaarste is of dreigt, zoals Sudan, Pakistan en Spanje. De gevolgen zijn watertekorten, laag grondwater en verzilting.
Interessante onderwerpen:
- Herwaardering van grondstoffen, producten, etc
- Kwaliteit ipv kwantiteit
- Energievermindering
- Anders consumeren: minder is meer
Subsidies
Op elke pitch-avond wordt er maximaal €10.000,- startsubsidie toegekend, afhankelijk van de plannen.
Daarnaast is er per ronde maximaal €1.000,-- opstartsubsidie voor eventuele nieuwe chapters beschikbaar. Heb je interesse om in jouw stad een Nieuwe Garde op te richten, dan kan dat dus!
Meld je project aan